Een open sollicitatie

Ik scroll door vacatures heen, op zoek naar de ideale baan die van mijn hobby mijn werk maakt. Wat zijn er toch veel mensen nodig. “We zoeken jou!” schreeuwt het op de websites. De arbeidsmarkt trekt aan en dus trekken ze ook aan mij. Maar wat zoeken ze? Hoe weten ze nou dat ze mij willen hebben? Weten ze wel wie ik ben? Wat wil je van me weten?

Mag ik met je delen dat mijn curriculum vitae mijn levensloop niet weerspiegelt? Ik heb getracht het persoonlijk voor jullie te maken, maar persoonlijk vind ik dat niet erg goed gelukt. Zo vertel ik bijvoorbeeld dat ik van voetbal houd en graag aan koffiemachines klooi, dat ik uit Spakenburg kom en in Groningen een politieke opleiding heb genoten. Maar persoonlijk heb ik het gevoel dat dit helemaal niets zegt. Ik heb namelijk veel meer genoten van de rest van Groningen dan van mijn studie. Ik ben een spreker, de manier waarop ik iets zeg verraadt veel over me. Mijn accent is een samenklontering van Utrechts, Gronings en Spakenburgs door elkaar. Iedereen die uit deze steden komt zal zeggen dat ik het accent niet spreek. Misschien ben ik daar zelfs wel trots op. Hopelijk helpt dit in je beeldvorming. Mocht dat niet zo zijn, stel me dan alsjeblieft een vraag.

Of eigenlijk: mag ik wat vragen? Willen jullie iemand die aansluit in de rij, naar jullie pijpen danst, misschien zelfs wel iets minder goed kan dansen dan jullie? Of liever iemand die de vinger op de zere plek legt en alles in de vingers wil hebben. Iemand die durft te zeggen dat hij zijn ogen uitkijkt en voelt dat het anders moet, iemand bij wie je proeft dat er wat gaat gebeuren? Vertel jij hem dan dat hij dat niet hoeft te proberen? Omdat alles al geprobeerd is, omdat we hier zo niet werken?

Ik hoop niet dat je naar mijn cijfers van de middelbare school vraagt. De lat die hiervoor gesteld wordt ligt voor mij te hoog. Met enige terughoudendheid zal ik je de lijst overhandigen, omdat ik vind dat dit niet het hele verhaal vertelt. De som van de getallen is niet hoog en daar kan je mij best op afrekenen. Wat wel hoog was, in de tijd waarin ik deze cijfers behaalde, was de stress in mijn leven. Opgelucht zijn dat je moeder overleden is klinkt toch behoorlijk paradoxaal. Maar ik kon eindelijk rustig gaan slapen, wetende dat de dag die volgde niet opnieuw een gekkenhuis zou zijn. Samen met het gezin proberen het leven weer op de rails te krijgen, de moeder in het gezin zijn. Zorgen voor een lach om de tranen te vervangen, lijmen wat er gebroken is en ondertussen mooi weer spelen voor de omgeving.

Door mijn levenservaring heb ik meer inlevingsvermogen gekregen. Ik weet hoe belangrijk contact is en het zien staan van mensen in je (werk)omgeving. Ik voel aan hoe het met mensen gaat en waar ze met hun hoofd zijn. Stress over het werk is voor mij een ver-van-mijn-bed show. Stress over de werksfeer voel ik dan weer veel vaker. Ik zorg er dan ook voor dat de sfeer op de afdeling goed is. Vanuit zo’n situatie kan ik samen met de mensen om mij heen echt wat bijdragen.

Mijn CV zal je nooit vertellen wie ik ben, hoe vaak je hem ook leest. Maar als je mensen goed kunt lezen dan ben ik een open boek. Als je mij de tijd geeft om te vertellen wie ik ben, face to face, dan zie je dat meteen. Vraag me dan waar mijn passie ligt en welke reis ik heb (door)gemaakt en beoordeel dan of je me echt nodig hebt. Recruiter: laat me zien dat je mij zoekt!