Ik weet dus ik besta?!

“Zeg Mark, jij weet nogal veel hè?” Al sinds ik ruim tien jaar geleden begon als vrijwilliger bij de plaatselijke voetbalclub, weet onze meest ervaren vrijwilliger mij met deze vraag te vinden. Als hij even niet weet in welk team een spelertje zit of wie een bepaalde wedstrijd moet fluiten, kan hij bij mij terecht. Ik weet nogal veel en ik vind dat, al zolang als ik me kan herinneren, heerlijk. Toen ik 4 jaar was schijn ik al aan voorbijgangers te hebben uitgelegd welke route ze moesten fietsen, er zijn filmpjes van een 7-jarige Mark die zijn moeder wijst op inconsistenties in haar tafelmanieren-instructies en mijn juf in groep 5 van de basisschool schijnt dolblij te zijn geweest toen het eindelijk was gelukt mij iets uit te leggen zonder dat ik na een halve minuut zei: “Ja, ik snap het wel”.

Van jongs af aan ken ik allerlei sportuitslagen en statistieken uit mijn hoofd, houd ik die bij en als een onderwerp me interesseert dan weet ik er binnen no time alles van. Weten, weten, weten, weten. Ook in mijn verdere leven neemt dat weten een belangrijke plaats in. Tijdens mijn middelbareschooltijd gaf ik alle mogelijke vormen van bijles en tijdens mijn studententijd deed ik een bestuursjaar waarin ik toch ook vooral aan anderen uitlegde hoe ik dacht dat de wereld in elkaar zat in plaats van andersom.

Tegenover dat weten staat dat je ook wel eens iets niet weet. Op de middelbare school was dat zelfs heel belangrijk. Het is immers niet echt ‘cool’ om altijd maar het antwoord te weten op de vraag van een docent. Maatschappelijk is dat ‘iets niet weten’ echter veel minder geaccepteerd. Een politicus die het antwoord op een vraag even niet weet is een draaikont, een docent die uitleg schuldig moet blijven moet terug naar de opleiding en een voetbalscheidsrechter die twijfelt is een slappe zak zonder gezag. Falen is eigenlijk niet geaccepteerd, dat zit opgesloten in ons beeld van de maatschappij. Veel meer nog dan dat het maatschappelijk ongemakkelijk is om iets niet te weten, is het ook nog eens best eng en onzeker. Mij persoonlijk geeft het een gevoel van verlies van controle en soms zelfs schaamte. Het zal toch niet zo zijn dat ík het antwoord schuldig moet blijven? Nee, dan is ‘iets weten’ of kunnen uitleggen toch echt veel leuker. Ik weet (of ik begrijp), dus ik besta.

Dolgelukkig was ik dan ook toen ik in mijn eerste Young Colfield-opdracht bij het Nationaal Archief als organisatieadviseur aan de slag mocht. Mijn opdracht kwam er in een notendop op neer dat ik medewerkers die vooral heel goed zijn in de inhoud, mocht helpen bij het inrichten van een nieuwe vorm van organiseren. Mijn opgedane kennis over organisatieverandering en -ontwikkeling kon ik maximaal inzetten om anderen te laten zien wat ik weet. Heerlijk! Ik organiseerde bijeenkomsten, schreef plannen en documenten en ik voelde me als organisatie- en procesexpert verantwoordelijk voor het slagen van het project. Totdat ik het eind 2016 plotseling even helemaal niet meer wist. Bevangen door de stress van het ‘moeten weten’ vond ik mezelf hyperventilerend terug op de spoedeisende hulp. Ondenkbaar. Mij zou zoiets nooit gebeuren. Ik heb immers altijd alles op rij, ben super zelfbewust, weet wat er om me heen gebeurt, kan dingen, verklaren, oplossen, uitleggen, WETEN!

Eenmaal bekomen van de schrik werd me duidelijk dat hier dus iets te leren valt. Het gaat, hoe onuitstaanbaar dat ook is, nu eenmaal af en toe gebeuren dat je iets niet weet. Gewoon omdat je niet alwetend bent. Mijn uitdaging voor 2017 is dan ook om het af en toe eens even lekker niet te weten. In die uitdaging biedt mijn volgende opdracht bij de gemeente Utrecht een mooie leerschool. Inhoudelijk voelt deze opdracht als een sprong in het diepe. Op mijn eerste dag werd me het vooruitzicht gesteld dat het wel eens een maand of twee, drie zou kunnen duren om ook maar enigszins te begrijpen hoe de organisatie in elkaar zit, wat er allemaal gebeurt en wat we inhoudelijk doen. Binnen de muren van het stadskantoor is het op een flink aantal onderwerpen zo dat ik het niet weet en de rest van de mensen wel.

Hoe eng is dat! Maar ook hoeveel ruimte biedt het om te ontdekken wat er gebeurt als ik niet alleen maar op mijn olifantengeheugen en eigen opgedane kennis kan vertrouwen. Het biedt mij het inzicht dat ik ook los van wat ik weet verschil kan maken, krachtig kan zijn. Gewoon door mijn observaties te delen, op mijn intuïtie te vertrouwen, mijn emotionele, gevoelige kant te laten zien, mijzelf te zijn. Ik geloof dat ik dat misschien nog wel veel leuker vind dan al dat ‘weten’!